31

Save pagePDF pageEmail pagePrint page

Jeremia 31

31:1 In die tijd, spreekt Yahweh, zal Ik al de geslachten van Israël tot een Elohim zijn, en zíj zullen Mij tot een volk zijn.
31:2 Zo zegt Yahweh: Het volk dat aan het zwaard ontkomen was, heeft genade gevonden in de woestijn, toen Ik op weg ging om hem, Israël, tot rust te brengen.
31:3 Van verre tijden af is Yahweh aan mij verschenen: Met eeuwige liefde heb Ik u liefgehad, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.
31:4 Ik zal u weer bouwen en u zult gebouwd worden, maagd Israël. Opnieuw zult u zich tooien met uw tamboerijnen, opnieuw zult u uittrekken in een reidans van vrolijke mensen.
31:5 Opnieuw zult u wijngaarden planten op de bergen van Samaria: de planters zullen planten en de vruchten genieten.
31:6 Want er zal een dag zijn dat de wachters zullen roepen op het bergland van Efraïm: Sta op, laten wij opgaan naar Sion, naar Yahweh, onze Elohim!
31:7 Want zo zegt Yahweh: Zing vrolijk over Jakob, met blijdschap! Juich om het hoofd van de heidenvolken! Laat het horen, prijs Hem en zeg: Verlos Uw volk, Yahweh, het overblijfsel van Israël.
31:8 Zie, Ik doe hen komen uit het land van het noorden, Ik zal hen bijeenbrengen van de uithoeken van de aarde; onder hen zijn blinden en verlamden, zwangeren en barenden met elkaar: met een grote menigte zullen zij hierheen terugkomen.
31:9 Onder geween zullen zij komen, onder smeekbeden zal Ik hen leiden. Ik zal hen doen gaan naar waterbeken, op een rechte weg, waarop zij niet zullen struikelen, want Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm – Mijn eerstgeborene is hij.
31:10 Hoor het woord van Yahweh, heidenvolken, verkondig het in de kustlanden van ver weg, en zeg: Hij Die Israël verstrooid heeft, zal het weer bijeenbrengen en het hoeden, zoals een herder zijn kudde hoedt.
31:11 Want Yahweh heeft Jakob vrijgekocht, en hem verlost uit de hand van hem die sterker was dan hij.
31:12 Zij zullen komen en juichen op de hoogte van Sion, zij zullen toestromen naar het goede van Yahweh: naar het koren, naar de nieuwe wijn en naar de olie, naar de lammeren en runderen. Hun ziel zal zijn als een bevloeide hof, zij zullen voortaan niet meer treurig zijn.
31:13 Dan zullen jonge vrouwen zich verblijden in een reidans, ook de jongemannen en de ouderen met elkaar. Ik zal hun rouw veranderen in vreugde, Ik zal hen troosten, Ik zal hen blij maken na hun verdriet.
31:14 Ik zal de ziel van de priesters verzadigen met overvloed, Mijn volk zal met het goede van Mij verzadigd worden, spreekt Yahweh.
31:15 Zo zegt Yahweh: Er is een stem gehoord in Rama, een rouwklacht, een zeer bitter geween: Rachel weent over haar kinderen. Zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, want zij zijn er niet meer.
31:16 Zo zegt Yahweh: Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen, want er is loon voor uw werk, spreekt Yahweh. Zij zullen uit het land van de vijand terugkomen,
31:17 en er is hoop voor uw nakomelingen, spreekt Yahweh, uw kinderen zullen terugkomen naar hun gebied.
31:18 Ik heb zeker gehoord dat Efraïm zichzelf beklaagt: U hebt mij gestraft, ik ben gestraft als een ongetemd kalf. Bekeer mij, dan zal ik bekeerd zijn, want U bent Yahweh, mijn Elohim.
31:19 Want nadat ik bekeerd was, heb ik berouw gekregen. Nadat ik met mijzelf bekend ben gemaakt, heb ik mij op de heup geslagen. Ik ben beschaamd, ja, ook te schande geworden, omdat ik de smaad van mijn jeugd meedraag.
31:20 Is Efraïm voor Mij niet een dierbare zoon, is hij voor Mij niet een lievelingskind? Want zo dikwijls als Ik tot hem spreek, denk Ik nog voortdurend aan hem. Daarom is Mijn binnenste onrustig, Ik zal Mij zeker over hem ontfermen, spreekt Yahweh.
31:21 Richt u merktekens op, zet u wegwijzers neer. Richt uw hart op de gebaande weg, de weg die u bent gegaan. Keer terug, maagd Israël, keer terug naar deze steden van u.
31:22 Hoelang blijft u draaien, afvallige dochter? Voorzeker, Yahweh heeft iets nieuws geschapen op de aarde: een vrouw zal een man omvatten.
31:23 Zo zegt Yahweh van de legermachten, de Elohim van Israël: Zij zullen in het land Juda en in zijn steden weer dit woord zeggen, wanneer Ik een omkeer zal brengen in hun gevangenschap: Moge Yahweh u zegenen, woonplaats van gerechtigheid, heilige berg.
31:24 Daarin zullen Juda en al zijn steden met elkaar wonen, akkerbouwers en wie met de kudde rondtrekken.
31:25 Want Ik heb de vermoeide ziel te drinken gegeven en elke treurig geworden ziel heb Ik met voedsel vervuld.
31:26 Hierop ontwaakte ik en ik keek. Mijn slaap was mij aangenaam geweest.
31:27 Zie, er komen dagen, spreekt Yahweh, dat Ik het huis van Israël en het huis van Juda bezaaien zal met zaad van mensen en zaad van dieren.
31:28 Dan zal het gebeuren, dat Ik ten aanzien van hen zal waken om te bouwen en te planten, zoals Ik ten aanzien van hen gewaakt heb om weg te rukken en af te breken, om omver te halen en te vernielen, en hun kwaad aan te doen, spreekt Yahweh.
31:29 In die dagen zullen zij niet meer zeggen: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden van de kinderen zijn stomp geworden.
31:30 Maar ieder zal om zijn eigen ongerechtigheid sterven. Ieder mens die onrijpe druiven eet – zijn tanden zullen stomp worden.
31:31 Zie, er komen dagen, spreekt Yahweh, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten,
31:32 niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt Yahweh.
31:33 Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt Yahweh: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een Elohim zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.
31:34 Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken Yahweh, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt Yahweh. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken.
31:35 Zo zegt Yahweh, Die de zon tot een licht geeft overdag en de vaste orde van maan en sterren tot een licht in de nacht, Die de zee opzweept, zodat haar golven bruisen, Yahweh van de legermachten is Zijn Naam.
31:36 Als deze verordeningen ooit zouden wijken van voor Mijn aangezicht, spreekt Yahweh, dan zou ook het nageslacht van Israël ophouden een volk voor Mijn aangezicht te zijn, alle dagen!
31:37 Zo zegt Yahweh: Als de hemel hierboven ooit opgemeten zou kunnen worden en de fundamenten van de aarde beneden onderzocht zouden kunnen worden, dan zou ook Ik heel het nageslacht van Israël verwerpen, om alles wat zij gedaan hebben, spreekt Yahweh.
31:38 Zie, er komen dagen, spreekt Yahweh, dat de stad herbouwd zal worden voor Yahweh, van de Hananeëltoren tot aan de Hoekpoort,
31:39 en dat het meetlint nog verder zal lopen, rechtdoor, tot aan de heuvel Gareb en zal afbuigen naar Goa.
31:40 Heel het dal met de dode lichamen en de as en al de velden tot aan de beek Kidron, tot aan de hoek van de Paardenpoort naar het oosten toe, zal een heiligheid voor Yahweh zijn. Voor eeuwig zal er niets meer worden weggerukt of afgebroken.

Jeremia 30 | Jeremia 32

Share