Het vrijdaggebed

Save pagePDF pageEmail pagePrint page

Gebedsfocus voor de vrijdag

Contact hebben met God, Hem kennen of een antwoord van Hem krijgen; dit soort ervaringen horen voor moslims niet bij de gebruikelijke onderdelen van hun gebedsleven. De dagelijkse gebeden bestaan in het islamitische geloof hoofdzakelijk uit gerichte rituele oefeningen, waarmee moslims hun aanbidding en eerbied voor Allah tot uitdrukking brengen. Er is binnen de islam wel ruimte voor persoonlijke vragen en gebeden, maar de belangrijkste gebedsactiviteit van een moslim bestaat toch vooral uit het nauwgezet uitvoeren van de voorgeschreven rituelen.
Een moslim ziet het gebed doorgaans niet in de eerste plaats als een manier om in persoonlijk contact te treden met Allah. Zelfs als moslims het over gebed hebben als een vorm van communicatie met Allah, gaan ze er nooit van uit dat Allah daadwerkelijk iets terugzegt. Het gesprek is altijd eenrichtingsverkeer. Alleen bij de zeer kleine minderheid van de soefi moslims wordt soms gesproken van een echte ontmoeting met God, al leggen ook zij meer naderuk op een ‘onderdompeling’ in het goddelijke dan op het kennen van God in communicatieve en relationele zin. Mensen die in Jezus Christus geloven, beschouwen het kennen van God – en dus het hebben van een relatie, met communicatie die van twee kanten komt – als een essentieel onderdeel van hun geloofsleven (Johannes 17:3). Volgens de orthodoxe islam gaat God nooit direct in gesprek met stervelingen; in feite heeft Hij sinds de tijd van Mohammed ook niet meer in indirecte zin (via engelen) tot een mens gesproken. Overal ter wereld zijn moslims ervan overtuigd dat Mohammed de laatste en grootste profeet was. Zij geloven dat Mohammed de laatste gesproken openbaring van God ontving, die uiteindelijk is vastgelegd in het boek dat we nu kennen als de Koran.
Moslims worden aangemoedigd om te bidden als een manier om hen te weerhouden van sociaal onrecht en van morele ontsporingen. Volgens een traditionele uitdrukking zou Mohammed op de vraag: ‘Wat is het beste dat een mens kan doen?’ hebben geantwoord: ‘Spreek gebeden uit op de vastgestelde tijden.’ Op de vraag: ‘Wat is daarna het beste?’ geantwoord: ‘Wees goed voor en gehoorzaam aan je ouders.’ Toen hem opnieuw gevraagd werd: ‘Wat is daarna het beste?’, antwoordde hij: ‘Neem deel aan de jihad om Allahs wil’. Gebed wordt binnen de islam doorgaans gezien als een verdienstelijke activiteit.
In de hoge bergen van noordelijk Pakistan zullen vandaag rond het middaguur duizenden Kho gaan bidden in de plaatselijke moskeeën. Vrijwel niemand van hen zal zich ooit de vraag gesteld hebben: ‘Spreekt God vandaag de dag nog wel tegen mensen?’ De meesten denken dat hun gebed iets toevoegt aan hun verdiensten tegenover God.
De bevolkingsgroep van de Kho telt ongeveer 320.000 zielen. Voor zover bekend zijn er geen christenen onder de Kho. Er is momenteel ook niemand die zich specifiek op dit volk richt met de boodschap van het evangelie. Naar verluidt staan de Kho zeer afwijzend tegenover het evangelie. De meesten wonen in de hoger gelegen valleien, waar landbouwactiviteiten lastig zijn vanwege de droge, ruwe en oneffen berggrond.
De taal van de Kho is het Khowar. Het wordt gesproken in de huizen en dorpen en via deze taal krijgen de kinderen hun informele onderwijs over de gewoonten, tradities, normen en waarden van de Kho samenleving. De mondelinge overlevering van het Khowar kent veel geliefde gedichten en liederen, die nog steeds van generatie op generatie worden doorgegeven.

Gebed

  • Ik vraag U, Heer God, dat U de harten van dit volk wil verzachten, zodat ze zich minder afwijzend tegenover het evangelie zullen opstellen.
  • Ik bid dat U, Heer God, wil zorgen voor gelovigen die bereid zijn om voor langere tijd dienstbaar te zijn aan de bevolkingsgroepen in het noorden van Pakistan.
  • Ik bid dat de Kho dromen en visioenen zullen krijgen over Jezus Christus.
  • Laten we bidden dat U, God, uzelf openbaart aan moslims tijdens het vrijdaggebed. Een mooi voorbeeld van hoe God zich bekend kan maken vinden we in het verhaal van Cornelius (Handelingen 10:1-8). Ook nu werkt God op bijzondere manieren.
Share