{"id":8983,"date":"2023-05-07T17:52:48","date_gmt":"2023-05-07T15:52:48","guid":{"rendered":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/?page_id=8983"},"modified":"2023-05-07T17:52:48","modified_gmt":"2023-05-07T15:52:48","slug":"1-samuel-14","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/geschriften\/1-sam\/1-samuel-14\/","title":{"rendered":"1 Samuel 14"},"content":{"rendered":"<p><strong>1 Samuel 14<\/strong><\/p>\n<p>Jonathan verslaat de Filistijnen<\/p>\n<p>1. Op een dag gebeurde het dat Jonathan, de zoon van Saul, tegen de knecht die zijn wapens droeg, zei: &#8220;Kom, laten wij naar de wachtpost van de Filistijnen oversteken, die zich aan de overkant bevindt.&#8221; Maar hij vertelde het niet aan zijn vader. 2. Saul nu verbleef aan de rand van Gibea, onder de granaatappelboom die in Migron was, en het volk dat bij hem was, bestond uit ongeveer zeshonderd man. 3. En Ahia, de zoon van Ahitub, de broer van Ikabod, de zoon van Pinehas, de zoon van Eli, was priester van <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> in Silo en droeg de efod. Het volk wist echter niet dat Jonathan weggegaan was. 4. Nu was er tussen de bergpassen, waarlangs Jonathan naar de wachtpost van de Filistijnen probeerde over te steken, een rotspunt aan deze kant en een rotspunt aan de andere kant. De naam van de ene was Bozes en de naam van de andere Sene. 5. De ene punt lag aan de noordkant, tegenover Michmas, en de andere aan de zuidkant, tegenover Geba. 6. Jonathan nu zei tegen de knecht die zijn wapens droeg: &#8220;Kom, laten wij oversteken naar de wachtpost van deze onbesnedenen; misschien zal <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> voor ons werken, want het is voor <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> niet te moeilijk om te verlossen, door veel of door weinig mensen.&#8221; 7. Toen zei zijn wapendrager tegen hem: &#8220;Doe alles wat in je hart is, ga je gang; zie, ik volg je, naar wat je hart je ingeeft.&#8221; 8. En Jonathan zei: &#8220;Zie, wij steken over naar die mannen en zullen ons aan hen vertonen. 9. Als zij dit tegen ons zeggen: Sta stil, totdat wij bij je komen, dan zullen wij op onze plaats blijven staan en niet naar hen toe klimmen. 10. Maar als zij dit zeggen: Klim naar ons toe, dan zullen wij naar hen toe klimmen, want dan heeft <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> hen in onze hand gegeven. Dit is voor ons het teken.&#8221; 11. Toen zij zich beiden aan de wachtpost van de Filistijnen vertoonden, zeiden de Filistijnen: &#8220;Zie, de Hebree\u00ebn zijn uit de holen gekomen waarin zij zich verstopt hadden.&#8221; 12. De mannen van de wachtpost namen het woord en zeiden tegen Jonathan en zijn wapendrager: &#8220;Klim naar ons toe, dan zullen wij je een lesje leren!&#8221; Toen zei Jonathan tegen zijn wapendrager: &#8220;Klim achter mij aan, want <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> heeft hen in de hand van Isra\u00ebl gegeven.&#8221; 13. Toen klom Jonathan op zijn handen en op zijn voeten naar boven, en zijn wapendrager achter hem aan. En zij vielen voor Jonathan, en achter hem doodde zijn wapendrager hen. 14. Deze eerste slag, waarin Jonathan en zijn wapendrager ongeveer twintig mannen doodden, vond plaats op een stuk land dat men in een halve dag kan ploegen. 15. En er ontstond schrik in het legerkamp, op het veld en onder heel het volk. De wachtpost en de plunderaars beefden zelf ook. Ja, het land sidderde, want het was een schrik van <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>.<\/p>\n<p>Saul verslaat de Filistijnen<\/p>\n<p>16. Toen nu de schildwachten van Saul te Gibea in Benjamin zagen dat \u2013 zie \u2013 de troepenmacht van de Filistijnen van angst weggesmolten was en heen en weer liep, 17. zei Saul tegen het volk dat bij hem was: &#8220;Stel toch een onderzoek in en kijk wie er van ons weggegaan zijn.&#8221; Zij stelden een onderzoek in, en zie, Jonathan en zijn wapendrager waren er niet. 18. Toen zei Saul tegen Ahia: &#8220;Breng de ark van <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> hierheen.&#8221; Want de ark van <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> was in die dagen bij de Isra\u00eblieten. 19. En het gebeurde, terwijl Saul nog tot de priester sprak, dat het rumoer dat er in het leger van de Filistijnen was, gaandeweg toenam. Toen zei Saul tegen de priester: &#8220;Laat maar achterwege.&#8221; 20. En Saul en al het volk dat bij hem was, werden bijeengeroepen en kwamen naar de plaats van de strijd. En zie, het zwaard van de \u00e9\u00e9n was tegen de ander; er heerste een bijzonder grote verwarring. 21. Er waren Hebree\u00ebn bij de Filistijnen die sinds jaar en dag, verspreid over het leger, met hen optrokken. Ook die voegden zich bij de Isra\u00eblieten die bij Saul en Jonathan waren. 22. Toen alle mannen van Isra\u00ebl die zich verborgen hadden in het bergland van Efra\u00efm, hoorden dat de Filistijnen op de vlucht geslagen waren, zaten ook zij hen op de hielen in de strijd. 23. Zo verloste <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> Isra\u00ebl op die dag.<\/p>\n<p>De eed van Saul<\/p>\n<p>Het leger trok tot voorbij Beth-Aven, 24. en van de mannen van Isra\u00ebl werd op die dag veel gevergd, want Saul had het volk bezworen: &#8220;Vervloekt is de man die v\u00f3\u00f3r de avond voedsel tot zich neemt, voordat ik mij aan mijn vijanden gewroken heb!&#8221; Daarom gebruikte heel het volk geen voedsel. 25. En heel het volk kwam in een bos; daar was honing op een veld. 26. Toen het volk in het bos kwam, zie, daar vloeide honing; maar niemand bracht zijn hand naar zijn mond, want het volk was bevreesd voor de eed. 27. Maar Jonathan had het niet gehoord, toen zijn vader het volk bezworen had. Hij stak de punt van de stok die in zijn hand was, uit en doopte hem in een honingraat. Daarop bracht hij zijn hand naar zijn mond en stonden zijn ogen weer helder. 28. Toen nam een man uit het volk het woord en zei: &#8220;Je vader heeft het volk uitdrukkelijk bezworen: Vervloekt is de man die vandaag voedsel tot zich neemt! Daarom is het volk uitgeput.&#8221; 29. Toen zei Jonathan: &#8220;Mijn vader heeft het land in het ongeluk gestort. Kijk toch eens hoe helder mijn ogen staan, omdat ik een beetje van deze honing gebruikt heb. 30. Hoeveel te meer, als het volk vandaag maar vrijuit had mogen eten van de buit van zijn vijanden, die het gevonden heeft. Maar nu is de slag onder de Filistijnen niet groot geweest. 31. Zij versloegen op die dag de Filistijnen van Michmas tot Ajalon; maar het volk was volledig uitgeput.&#8221; 32. Toen vielen de manschappen aan op de buit. Zij namen schapen, runderen en kalveren, en slachtten die op de grond. En het volk at ze met het bloed er nog in. 33. Men vertelde Saul: &#8220;Zie, het volk zondigt tegen <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> door vlees te eten met het bloed er nog in.&#8221; Toen zei hij: &#8220;Je hebt trouweloos gehandeld; rol nu een grote steen naar mij toe.&#8221; 34. Verder zei Saul: &#8220;Verspreid je onder het volk en zeg tegen hen: Laat ieder zijn rund en ieder zijn schaap bij mij brengen. Slacht hier en eet, maar zondig niet tegen <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> door vlees met het bloed er nog in te eten.&#8221; Toen bracht ieder van heel het volk die nacht zijn rund met zich mee en slachtte het daar. 35. Toen bouwde Saul een altaar voor <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>; dit was het eerste altaar dat hij voor <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> bouwde. 36. Daarna zei Saul: &#8220;Laten wij vannacht de Filistijnen achternatrekken, hen plunderen totdat het morgen licht wordt en niet \u00e9\u00e9n man onder hen overlaten.&#8221; Zij zeiden: &#8220;Doe alles wat goed is in je ogen.&#8221; Maar de priester zei: &#8220;Laten wij hier tot <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> naderen. 37. Toen vroeg Saul aan <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>: &#8220;Zal ik de Filistijnen achternatrekken? Zult U hen in de hand van Isra\u00ebl overgeven?&#8221; Maar Hij antwoordde hem die dag niet. 38. Toen zei Saul: &#8220;Alle leiders van het volk moeten hierheen komen, en te weten zien te komen waarin deze zonde van vandaag bestaat. 39. Want zo waar <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> leeft, Die Isra\u00ebl verlost, al was het mijn zoon Jonathan, hij zal zeker sterven.&#8221; Maar van heel het volk was er niemand die hem antwoordde. 40. Verder zei hij tegen heel Isra\u00ebl: &#8220;Je moet aan de ene kant gaan staan, en ik en mijn zoon Jonathan moeten aan de andere kant gaan staan.&#8221; Toen zei het volk tegen Saul: &#8220;Doe wat goed is in je ogen. 41. Saul sprak tot <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>, de Almachtige van Isra\u00ebl: &#8220;Toon de onschuldige.&#8221; Toen werden Jonathan en Saul aangewezen, en het volk ging vrijuit.42. Toen zei Saul: &#8220;Werp het lot tussen mij en mijn zoon Jonathan.&#8221; Toen werd Jonathan aangewezen. 43. Saul zei tegen Jonathan: &#8220;Vertel mij wat je gedaan hebt.&#8221; Toen vertelde Jonathan het hem, en zei: &#8220;Ik heb maar een beetje honing gebruikt met de punt van de stok die ik in mijn hand had; zie, hier ben ik, moet ik sterven?&#8221; 44. Toen zei Saul: &#8220;<strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> mag z\u00f3 en nog veel erger met mij doen. Voorzeker, Jonathan, jij moet zeker sterven.&#8221; 45. Maar het volk zei tegen Saul: &#8220;Zou Jonathan moeten sterven, die deze grote verlossing in Isra\u00ebl bewerkt heeft? Geen sprake van! Zo waar <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> leeft, er zal geen haar van zijn hoofd op de aarde vallen! Want hij heeft dit vandaag met <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>&#8217;s hulp gedaan.&#8221; Zo verloste het volk Jonathan, zodat hij niet hoefde te sterven. 46. Saul staakte de achtervolging van de Filistijnen, en de Filistijnen trokken naar hun woonplaatsen.<\/p>\n<p>Nageslacht van Saul<\/p>\n<p>47. Saul nam het koningschap over Isra\u00ebl op zich en streed tegen al zijn vijanden rondom: tegen Moab, tegen de Ammonieten, tegen Edom, tegen de koningen van Zoba en tegen de Filistijnen. Overal waar hij heen ging, bracht hij straf. 48. Hij verrichtte krachtige daden; hij versloeg Amalek en redde Isra\u00ebl uit de hand van de plunderaars. 49. De zonen van Saul waren: Jonathan, Jisvi en Malchisua; en de namen van zijn twee dochters waren deze: de naam van de eerstgeborene was Merab, en de naam van de jongste Michal. 50. De naam van Sauls vrouw was Ahinoam, een dochter van Ahima\u00e4z. En de naam van zijn legerbevelhebber was Abner, een zoon van Ner, de oom van Saul.51. En Kis, de vader van Saul, en Ner, de vader van Abner, waren zonen van Abi\u00ebl. 52. Al de dagen van Saul was er zware strijd tegen de Filistijnen; daarom verzamelde Saul alle helden en dappere mannen die hij zag, om zich heen.<\/p>\n<p><center><a href=\"\/blog\/geschriften\/1-sam\/1-samuel-13\/\">1 Samuel 13<\/a> | <a href=\"\/blog\/geschriften\/1-sam\/\">1 Samuel<\/a> | <a href=\"\/blog\/geschriften\/1-sam\/1-samuel-15\/\">1 Samuel 15<\/a><\/center><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>1 Samuel 14 Jonathan verslaat de Filistijnen 1. Op een dag gebeurde het dat Jonathan, de &hellip; <a title=\"1 Samuel 14\" class=\"hm-read-more\" href=\"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/geschriften\/1-sam\/1-samuel-14\/\"><span class=\"screen-reader-text\">1 Samuel 14<\/span>Lees meer<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"parent":8954,"menu_order":14,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-8983","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/8983","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=8983"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/8983\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":8984,"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/8983\/revisions\/8984"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/8954"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=8983"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}