{"id":9134,"date":"2023-06-02T09:28:46","date_gmt":"2023-06-02T07:28:46","guid":{"rendered":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/?page_id=9134"},"modified":"2023-06-02T09:28:46","modified_gmt":"2023-06-02T07:28:46","slug":"1-koningen-22","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/geschriften\/1-kon\/1-koningen-22\/","title":{"rendered":"1 Koningen 22"},"content":{"rendered":"<p><strong>1 Koningen 22<\/strong><\/p>\n<p>Strijd van Achab en Josafat tegen de Syri\u00ebrs<\/p>\n<p>1. Drie jaar zaten zij stil: er was geen oorlog tussen Syri\u00eb en Isra\u00ebl. 2. Het gebeurde echter in het derde jaar dat Josafat, de koning van Juda, naar de koning van Isra\u00ebl toe ging. 3. Toen zei de koning van Isra\u00ebl tegen zijn dienaren: &#8220;Weet je dat Ramoth in Gilead van ons is? En wij doen niets om het uit de hand van de koning van Syri\u00eb terug te nemen.&#8221; 4. Daarna zei hij tegen Josafat: &#8220;Trek jij met mij ten strijde tegen Ramoth in Gilead?&#8221; En Josafat zei tegen de koning van Isra\u00ebl: &#8220;Ik ben als u, mijn volk is als uw volk, mijn paarden zijn als uw paarden.&#8221; 5. Verder zei Josafat tegen de koning van Isra\u00ebl: &#8220;Vraag toch vandaag nog naar het woord van <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>.&#8221; 6. Toen riep de koning van Isra\u00ebl de profeten bijeen, ongeveer vierhonderd man, en zei tegen hen: &#8220;Zal ik tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik ervan afzien?&#8221; Zij zeiden: &#8220;Trek op, want <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> zal hen in de hand van de koning geven.&#8221; 7. Maar Josafat zei: &#8220;Is er hier niet nog een profeet van <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>, zodat wij <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> door hem kunnen raadplegen?&#8221; 8. Toen zei de koning van Isra\u00ebl tegen Josafat: &#8220;Er is nog \u00e9\u00e9n man om door hem <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> te raadplegen, maar \u00edk haat hem, want hij profeteert niets goeds over mij, alleen maar onheil: Micha, de zoon van Jimla.&#8221; Josafat zei: &#8220;Zo moet de koning niet spreken!&#8221; 9. Toen riep de koning van Isra\u00ebl een hoveling en zei: &#8220;Haal snel Micha, de zoon van Jimla.&#8221; 10. Nu zaten de koning van Isra\u00ebl en Josafat, de koning van Juda, ieder op zijn troon, gekleed in staatsiegewaad op de dorsvloer, bij de ingang van de poort van Samaria. En al de profeten profeteerden in hun tegenwoordigheid. 11. Zedekia, de zoon van Kena\u00e4na, had ijzeren hoorns voor zichzelf gemaakt, en zei: &#8220;Zo zegt <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>: Hiermee zult u de Syri\u00ebrs neerstoten, totdat u hen vernietigd hebt.&#8221; 12. En alle profeten profeteerden hetzelfde: &#8220;Trek op naar Ramoth in Gilead en u zult slagen, want <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> zal hen in de hand van de koning geven.&#8221; 13. De bode nu die Micha was gaan roepen, sprak tot hem: &#8220;Zie toch, de woorden van de profeten zijn eenstemmig in het voordeel van de koning. Laat toch jouw woord als het woord van \u00e9\u00e9n van hen zijn, en spreek het goede.&#8221; 14. Maar Micha zei: &#8220;Zo waar <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> leeft, wat <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> tegen mij zegt, dat zal ik spreken.&#8221; 15. Toen hij bij de koning kwam, zei de koning tegen hem: &#8220;Micha, zullen wij tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zullen wij ervan afzien?&#8221; En hij zei tegen hem: &#8220;Trek op, en u zult slagen, want <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> zal hen in de hand van de koning geven.&#8221; 16. De koning zei tegen hem: &#8220;Hoeveel keer moet ik je nog bezweren dat je tot mij niets zult spreken dan alleen de waarheid, in de Naam van <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>?&#8221; 17. Hij zei: &#8220;Ik zag heel Isra\u00ebl overal verspreid op de bergen, als schapen die geen herder hebben. En <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> zei: Dezen hebben geen heer, laat ieder in vrede naar zijn huis terugkeren.&#8221; 18. Toen zei de koning van Isra\u00ebl tegen Josafat: &#8220;Heb ik niet tegen jou gezegd: Hij zal over mij niets goeds profeteren, alleen maar onheil?&#8221; 19. Verder zei Micha: &#8220;Daarom, hoor het woord van <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>: Ik zag <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> op Zijn troon zitten, en heel het hemelse leger stond bij Hem, aan Zijn rechter- en aan Zijn linkerzijde. 20. En <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> zei: Wie zal Achab misleiden, zodat hij zal optrekken en bij Ramoth in Gilead zal vallen in de strijd? De \u00e9\u00e9n nu zei dit, en de ander zei dat. 21. Toen trad er een geest naar voren en ging voor het aangezicht van <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> staan. Hij zei: \u00cdk zal hem misleiden. En <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> zei tegen hem: Waarmee? 22. Hij zei: Ik zal eropuit gaan en een leugengeest zijn in de mond van al zijn profeten. En Hij zei: Je mag misleiden, en je zult er ook toe in staat zijn. Vertrek en doe het zo. 23. Welnu, zie, <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> heeft een leugengeest in de mond van al deze profeten van u gegeven, en <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> heeft onheil over u uitgesproken.&#8221; 24. Toen kwam Zedekia, de zoon van Kena\u00e4na, naar voren. Hij sloeg Micha op zijn kaak, en zei: &#8220;Langs welke weg is de Geest van <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> van mij weggegaan om tot jou te spreken?&#8221; 25. En Micha zei: &#8220;Zie, je zult het zien, op de dag waarop je van kamer naar kamer gaat om je te verbergen.&#8221; 26. Daarop zei de koning van Isra\u00ebl: &#8220;Neem Micha mee en breng hem terug naar Amon, de leider van de stad, en naar Joas, de zoon van de koning. 27. En je moet zeggen: Dit zegt de koning: Zet deze man in de gevangenis en laat hem brood van verdrukking eten en water van verdrukking drinken, totdat ik in vrede terugkom.&#8221; 28. Maar Micha zei: &#8220;Als u echt in vrede terugkeert, heeft <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong> niet door mij gesproken!&#8221; Verder zei hij: &#8220;Luister, volken, allemaal!&#8221;<\/p>\n<p>Dood van Achab<\/p>\n<p>29. Zo trok de koning van Isra\u00ebl met Josafat, de koning van Juda, op naar Ramoth in Gilead. 30. De koning van Isra\u00ebl zei tegen Josafat: &#8220;Zodra ik mij vermomd heb, trek ik ten strijde. Trek jij echter je eigen kleren aan.&#8221; Zo vermomde de koning van Isra\u00ebl zich en trok ten strijde. 31. Nu had de koning van Syri\u00eb de bevelhebbers van de strijdwagens, waarvan hij er twee\u00ebndertig had, geboden: &#8220;Je mag niet tegen kleinen of tegen groten strijden, maar alleen tegen de koning van Isra\u00ebl.&#8221; 32. Het gebeurde dan, zodra de bevelhebbers van de strijdwagens Josafat zagen, dat zij zeiden: &#8220;Dat is zeker de koning van Isra\u00ebl.&#8221; Zij gingen op hem af om tegen hem te strijden, maar Josafat schreeuwde om hulp. 33. En het gebeurde, zodra de bevelhebbers van de strijdwagens zagen dat hij niet de koning van Isra\u00ebl was, dat zij zich van hem afkeerden. 34. Toen spande een man in zijn onschuld de boog en trof de koning van Isra\u00ebl tussen de verbindingsstukken en het harnas. Toen zei deze tegen zijn wagenmenner: &#8220;Wend de teugel en breng mij weg uit het leger, want ik ben gewond.&#8221; 35. De strijd laaide die dag echter hoog op. De koning werd in de wagen staande gehouden tegenover de Syri\u00ebrs, maar in de avond stierf hij. Het bloed van de wond vloeide in de bak van de wagen. 36. Toen de zon onderging, ging de luide roep door het legerkamp: &#8220;Ieder naar zijn stad, en ieder naar zijn land!&#8221; 37. Zo stierf de koning. Hij werd naar Samaria gebracht en zij begroeven de koning in Samaria. 38. Men spoelde de wagen af bij de vijver van Samaria, waar de hoeren zich wasten. De honden likten zijn bloed op, overeenkomstig het woord van <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>, dat Hij gesproken had. 39. Het overige nu van de geschiedenis van Achab, alles wat hij gedaan heeft, het ivoren huis dat hij gebouwd heeft en al de steden die hij gebouwd heeft, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Isra\u00ebl? 40. Zo ging Achab te ruste bij zijn vaderen, en zijn zoon Ahazia werd koning in zijn plaats.<\/p>\n<p>Josafat koning van Juda<\/p>\n<p>41. Josafat, de zoon van Asa, was koning geworden over Juda in het vierde jaar van Achab, de koning van Isra\u00ebl. 42. Josafat was vijfendertig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde vijfentwintig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Azuba, de dochter van Silchi. 43. Hij wandelde in heel de weg van zijn vader Asa. Hij week daarvan niet af, en deed wat juist was in de ogen van <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>. 44. De offerhoogten werden evenwel niet weggenomen: het volk bracht nog steeds slachtoffers en reukoffers op de offerhoogten. 45. Ook sloot Josafat vrede met de koning van Isra\u00ebl. 46. Het overige nu van de geschiedenis van Josafat, zijn macht, die hij uitgeoefend heeft, en hoe hij oorlog gevoerd heeft, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Juda? 47. Ook vaagde hij uit het land de rest van de schandknapen weg, die in de dagen van zijn vader Asa waren overgebleven. 48. Er was toen geen koning in Edom, maar een stadhouder van de koning. 49. Josafat had Tarsis-schepen gebouwd om naar Ofir te gaan om goud. De reis ging echter niet door, want de schepen leden al in Ezeon-Geber schipbreuk. 50. Toen zei Ahazia, de zoon van Achab, tegen Josafat: &#8220;Laat mijn dienaren met uw dienaren op de schepen meevaren,&#8221; maar Josafat wilde dat niet. 51. En Josafat ging te ruste bij zijn vaderen, en werd bij zijn vaderen begraven in de stad van zijn vader David, en zijn zoon Jehoram werd koning in zijn plaats.<\/p>\n<p>Ahazia koning van Isra\u00ebl<\/p>\n<p>52. Ahazia, de zoon van Achab, werd koning over Isra\u00ebl in Samaria in het zeventiende jaar van Josafat, de koning van Juda, en regeerde twee jaar over Isra\u00ebl. 53. Hij deed wat slecht was in de ogen van <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>. Hij ging namelijk in de weg van zijn vader en in de weg van zijn moeder, in de weg van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Isra\u00ebl deed zondigen. 54. Hij diende de Ba\u00e4l en boog zich voor hem neer, en verwekte <strong>Y\u00e2-hw\u00e9h Y\u00e2huwsh\u00faa`<\/strong>, de Almachtige van Isra\u00ebl, tot toorn, overeenkomstig alles wat zijn vader gedaan had.<\/p>\n<p><center><a href=\"\/blog\/geschriften\/1-kon\/1-koningen-21\/\">1 Koningen 21<\/a> | <a href=\"\/blog\/geschriften\/2-kon\/\">2 Koningen<\/a> | <a href=\"\/blog\/geschriften\/2-kon\/2-koningen-1\/\">2 Koningen 1<\/a><\/center><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>1 Koningen 22 Strijd van Achab en Josafat tegen de Syri\u00ebrs 1. Drie jaar zaten zij &hellip; <a title=\"1 Koningen 22\" class=\"hm-read-more\" href=\"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/geschriften\/1-kon\/1-koningen-22\/\"><span class=\"screen-reader-text\">1 Koningen 22<\/span>Lees meer<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"parent":9089,"menu_order":22,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-9134","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/9134","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=9134"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/9134\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":9135,"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/9134\/revisions\/9135"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/9089"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/muscleboykanan.com\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=9134"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}