Enoch 60

Chanówkh (Enoch) 60

1. In die dagen zag ik hoe lange touwen werden gegeven aan die gezanten en zij zetten vleugels op en vlogen naar het noorden. [Hoofdstuk 69:3] 2. En ik vroeg aan de gezant: “Waarom hebben zij die lange touwen genomen en zijn zij vertrokken?” Hij zei: “Zij zijn uitgegaan om te meten.” 3. De gezant die met mij meeging, zei mij: “Deze brengen tot de rechtvaardigen de maten van de rechtvaardigen en de koorden van de rechtvaardigen, opdat zij afhangen van de naam van Yâ-hwéh Yâhuwshúa`, de Vorst der geesten voor eeuwig en altijd. 4. De uitverkorenen zullen beginnen te wonen bij de Uitverkorene, 5. En dit zijn de maten die hun gegeven zullen worden tot geloof, en die de woorden van rechtvaardiging (gerechtigheid) zullen versterken. [Romeinen 12:3] 6. Deze maatregelen zullen alle geheimen van de diepte der aarde openbaren 7. en zij die in de woestijn zijn vernietigd, en die door wilde beesten of door de vissen van de zee zijn verslonden, die zullen kunnen terugkeren, ondersteund door de dag van de Uitverkorene; want niemand zal omkomen in de tegenwoordigheid van de Vorst der geesten, noch zal iemand in staat zijn te vergaan. 8. Allen die in de hoogten der hemelen wonen, hebben een gebod ontvangen, een gecombineerde macht, stem en luister, als vuur. 9. En met hun eerste woorden hebben zij Hem gezegend, verheven, zij hebben Hem met wijsheid geprezen, en met het Woord, en met de levensadem, wijsheid gekregen. 10. En de Vorst der geesten zal de Uitverkorene zetten op de troon van zijn Waardigheid, 11. En Hij zal alle werken van de reinen beoordelen en hun daden zullen worden gewogen in een balans. En wanneer Hij Zijn aangezicht zal opheffen om hun verborgen wegen te beoordelen naar het woord van de naam van Yâ-hwéh, de Vorst der geesten, en hun vooruitgang op de weg van het rechtvaardig oordeel van ‘Ël `Elyówn, 12. dan zullen zij allen met verenigde stem spreken. Dan zullen zij allen met verenigde stem spreken, de naam van Yâ-hwéh Yâhuwshúa`, de Vorst der geesten zegenen, eren, verheffen en zuiver verkondigen. 13. Hij zal alle heerscharen van de hemelen bijeenroepen, alle reinen en de heerscharen van Yâ-hwéh de Almachtige: de Kruwvíym, de Srâphíym en de ‘Ophânníym [wielen], alle gezanten van de Almachtige, ja alle gezanten van Yâ-hwéh: namelijk van de Uitverkorene, en van de andere Kracht over de aarde over het water. [Romeinen 1:20] 14. Op die dag zullen zij een verenigde(37) stem verheffen; zij zullen zegenen, eren, prijzen en verheffen met de (1) geest van trouw, met de (2) geest van wijsheid en (3) geduld, met de (4) geest van gunst, met de (5) geest van oordeel, met de (6) geest van vrede en met de (7) geest van waarheid; allen zullen met verenigde stem zeggen: “Gezegend is Hij, en gezegend is de naam van Yâ-hwéh, de Vorst der geesten voor eeuwig en altijd! Allen, die niet slapen(38) in de hemel daarboven zullen het zegenen! 15. Al de reinen in de hemel zullen U zegenen! Alle uitverkorenen die wonen in de tuin van het leven [`Ë´then (Pardë´ç), Sh’ówl](39); en elke geest van het Licht, die in staat is Uw naam te zegenen, te prijzen, te verheerlijken en zuiver te verkondigen; zelfs al het vlees zal Uw naam bovenmate eren en zegenen voor de eeuwen der eeuwen! 16. Want groot is het mededogen van de Vorst der geesten, Hij is geduldig, en Hij heeft al Zijn werken en heel Zijn schepping geopenbaard, aan de reinen en aan de uitverkorenen, door middel van de naam van Yâ-hwéh, de Vorst der geesten!” [Dan Openbaring 5:13]

(37) Reden om dit met een hoofdletter te schrijven is dat Yâ-hwéh ‘echâ´th is, en dat er zeven geesten op Hem wonen. Deze stem is van Hem die spreekt door hen die in Hem zijn.
(38) Deze die niet slapen maar voor Hem staan zijn de Srâphíym, de Kruwvíym en ‘Ophânníym (70:9).
(39) Dit beantwoordt de vraag of zielen (zelven, néphesh) in het Paradijs Hem kunnen loven. Misschien niet in de onderste brandende put van Sh’ówl, maar wel in het Paradijs.

Enoch 59 | Enoch | Enoch 61

Share